Ieder onderdeel.
Een heldere uitleg.
Wat is een bef? Waarom verschillen mouwomslagen en voorbanen? Ontdek hoe een toga is opgebouwd en welke details door het ambt of de instelling worden bepaald.
Bef: een afzonderlijk wit kledingonderdeel
Een bef wordt bij de hals gedragen en is geen deel van het voorpand. In het juridische model bestaat zij uit twee geplooide delen van batist of vergelijkbare stof. Voor een predikant of academische drager kan de uitvoering anders zijn; sommige academische tradities gebruiken geen bef.
Lees de volledige uitleg over bef, baret en stola. De modellen op deze site benoemen welke bef is afgebeeld en of dit een voorschrift of ontwerpkeuze is.
Kraag en voorbanen: twee verschillende functies
De kraag vormt de aansluiting rond de hals. Voorbanen lopen waar voorgeschreven van de schouders naar de zoom. Het juridische model met banen noemt circa 18 cm baanbreedte en ongeveer 8 cm tussenruimte. Een voorbaan is geen losse stola.
Een advocatentoga heeft geen glanzende voorbanen. Bij rechtbankrechter en officier horen zijden banen; de Hoge Raad-toga voor onder meer raadsheren heeft fluwelen banen op een zijden mantel. Een academisch of gemeentelijk ontwerp wordt niet aan deze verdeling gelijkgesteld.
Mouwen, plooien en omslagen
De mouw bestaat uit meer dan de zichtbare stofbreedte. Schouderinzet, armruimte, handopening en omslag bepalen samen hoe ze valt en beweegt. In het juridische basismodel horen een geplooide inzet en een omslag van circa 20 cm; andere modellen kunnen een andere constructie hebben.
Omslagmateriaal kan functiegebonden zijn. Fluweel is een poolweefsel, zijde een vezel en satijn een binding: deze woorden betekenen niet hetzelfde. De gekozen stofkwaliteit wordt in de opdracht gespecificeerd.
Knopen: sluiting, ritme en modeldetail
Het juridische model noemt kleine doffe zwarte knopen op 5 cm afstand, geen universeel totaal. Een academische toga kan zonder zichtbare knopen zijn ontworpen. Bij een gemeentelijke of kerkelijke toga kan een rustige verborgen sluiting worden gekozen.
Bij uw uitvoering bepalen we de plaatsing en afwerking van de knopen samen met het gekozen model. De sluiting moet goed bereikbaar zijn en de voorzijde rustig laten vallen.
Rugplooien en schouderconstructie
Plooien brengen een grotere hoeveelheid stof samen in een smaller gedeelte. De mantel kan daardoor ruim vallen. Bij het juridische model liggen de centrale plooien onder de kraag; een academisch ontwerp kan de plooien over een breder schouderstuk verdelen.
We stemmen schouderbreedte en rugvolume af op uw maatprofiel, zodat de plooien ook bij lopen en zitten vrij kunnen vallen.
Lengte, zoom en schoenen
Het Nederlandse juridische model eindigt ongeveer 10 cm boven de grond. Dat gegeven is geen universele lengte voor iedere toga. Bij universiteiten, gemeenten en kerkelijke context wordt het gekozen model afzonderlijk bekeken.
Bij de meting tellen de schoenen en onderkleding mee. Staan, lopen, zitten en de gebruikelijke armbewegingen geven meer informatie dan alleen de lichaamslengte.
Voering, zakken en draagruimte
Voering werkt naden af en helpt de buitenstof over andere kleding bewegen. Kleur, samenstelling en constructie volgen de afgesproken uitvoering. Binnenzakken, naam of initialen en een microfoonvoorziening zijn bespreekbare details waar het model die toestaat.
U kiest de binnenzijde samen met de buitenstof. De voering, zakken en persoonlijke details worden duidelijk in uw voorstel beschreven.
Ambt, traditie en herkenning
De toga maakt het ambt herkenbaar tijdens een zitting of plechtigheid. Universiteitskleuren kunnen een instelling of faculteit aanduiden; een stola kan binnen de kerkelijke context ambtelijke betekenis dragen. Het verband moet steeds bij de betreffende traditie worden vastgesteld.
Wij verbinden de juiste modeldetails met uw persoonlijke pasvorm. Daardoor blijft uw toga herkenbaar voor uw functie, met de afwerking en het draagcomfort die bij u passen.
Togamaker komt
naar u toe.
Thuis, op uw werk of bij uw instelling. Vertel ons welke toga u zoekt en waar we met u kunnen afspreken.