De onderdelen van een toga
Van bef en kraag tot mouwomslag en zoom: ieder onderdeel draagt bij aan de vorm en het gebruik van uw toga. Uw ambt of instelling bepaalt welke uitvoering daarbij hoort.
De bef
Een bef wordt bij de hals gedragen en is geen deel van het voorpand. In het juridische model bestaat zij uit twee geplooide delen van batist of vergelijkbare stof. Voor een predikant of academische drager kan de uitvoering anders zijn; sommige academische tradities gebruiken geen bef.
Lees de volledige uitleg over bef, baret en stola. Op de productpagina leest u welke bef bij uw model hoort.
Kraag en voorbanen
De kraag sluit aan rond de hals. Bij modellen met voorbanen lopen deze van de schouders naar de zoom. Bij het juridische model zijn de banen circa 18 cm breed, met ongeveer 8 cm tussenruimte. De voorbanen maken deel uit van de toga; een stola is een afzonderlijk kledingstuk.
Een advocatentoga heeft geen voorbanen. Bij een rechtbankrechter en officier van justitie horen zijden banen. De Hoge Raad-toga voor onder meer raadsheren heeft fluwelen banen op een zijden mantel. Voor academische en gemeentelijke toga’s gelden de modellen van de betreffende instelling.
Mouwen, plooien en omslagen
De schouderinzet, ruimte rond de arm, handopening en omslag bepalen hoe de mouw valt en met u meebeweegt. Het juridische basismodel heeft een geplooide inzet en een omslag van circa 20 cm. Bij andere modellen kan de mouw anders zijn opgebouwd.
Uw functie kan bepalen welk materiaal voor de mouwomslag wordt gebruikt. Fluweel heeft een oppervlak van rechtopstaande vezels, zijde is een vezel en satijn een weefwijze. We leggen de gekozen stofkwaliteit vast in uw opdracht.
Knopen en sluiting
Bij het juridische model staan de kleine, doffe zwarte knopen op 5 cm afstand van elkaar. Een academische toga kan zonder zichtbare knopen zijn ontworpen. Bij een gemeentelijke of kerkelijke toga kan een verborgen sluiting worden gekozen.
Bij uw uitvoering bepalen we de plaatsing en afwerking van de knopen samen met het gekozen model. De sluiting moet goed bereikbaar zijn en de voorzijde rustig laten vallen.
Rugplooien en schouderconstructie
Plooien brengen een grotere hoeveelheid stof samen in een smaller gedeelte. De mantel kan daardoor ruim vallen. Bij het juridische model liggen de centrale plooien onder de kraag; een academisch ontwerp kan de plooien over een breder schouderstuk verdelen.
We stemmen schouderbreedte en rugvolume af op uw maatprofiel, zodat de plooien ook bij lopen en zitten vrij kunnen vallen.
Lengte, zoom en schoenen
Het Nederlandse juridische model eindigt ongeveer 10 cm boven de grond. Voor academische, gemeentelijke en kerkelijke toga’s bepalen we de lengte aan de hand van het betreffende model.
Bij de meting tellen de schoenen en onderkleding mee. Staan, lopen, zitten en de gebruikelijke armbewegingen geven meer informatie dan alleen de lichaamslengte.
Voering, zakken en draagruimte
De voering bedekt de naden en helpt de toga soepel over uw kleding te vallen. Kleur, materiaal en uitvoering leggen we vooraf vast. Waar het model dat toelaat, kunt u kiezen voor binnenzakken, een naam of initialen en een voorziening voor een microfoon.
U kiest de binnenzijde samen met de buitenstof. De voering, zakken en persoonlijke details worden duidelijk in uw voorstel beschreven.
Ambt, traditie en herkenning
De toga maakt uw ambt herkenbaar tijdens een zitting of plechtigheid. Universiteitskleuren kunnen een instelling of faculteit aanduiden; een stola kan verwijzen naar een kerkelijk ambt. De betekenis van deze details hangt af van de betreffende traditie.
We volgen het model van uw functie en stemmen de pasvorm op u af. Zo krijgt uw toga de juiste uitvoering en de ruimte die u nodig heeft om prettig te bewegen.
Bespreek uw toga met ons
Tijdens uw afspraak bespreken we uw model, bekijken we de stoffen en nemen we uw maten op.