Draag de juiste onderkleding
Meet over het type colbert, pak, jurk, blouse of andere kleding dat gewoonlijk onder de toga wordt gedragen. Dikke of afwijkende kleding verandert de uitkomst.
Een toga moet representatief vallen zonder beweging te beperken. Zelf meten kan een eerste indicatie geven, maar bij functiegebonden maatwerk blijft controle door een gespecialiseerde maker verstandig.
Meet over het type colbert, pak, jurk, blouse of andere kleding dat gewoonlijk onder de toga wordt gedragen. Dikke of afwijkende kleding verandert de uitkomst.
Houd het meetlint vlak tegen het lichaam, maar trek het niet strak. Meet horizontale omtrekken waterpas.
Zelf meten verandert de houding en maakt vooral schouder-, rug- en mouwmaten minder betrouwbaar.
Niet iedere maker gebruikt dezelfde meetstaat. Onderstaande punten vormen een praktische voorbereiding, geen vervanging van de instructies bij de opdracht.
Meet zonder schoenen of noteer duidelijk met welke schoenen wordt gemeten. Lichaamslengte helpt bij een eerste verhouding van rug, mouw en zoom.
Meet horizontaal rond het breedste deel van borst en schouderbladen, met ontspannen armen en zonder het lint aan te trekken.
Meet over de rug van schouderpunt tot schouderpunt. De plaats van de mouwinzet bepaalt hoe de toga valt.
Meet volgens de voorgeschreven methode van de maker, meestal vanaf een vastgesteld schouderpunt tot pols of gewenste mouwpositie.
Meet vanaf het gekozen schouderpunt tot de gewenste onderkant. Houd rekening met schoenen, trappen en lopen.
Deze maten kunnen nodig zijn voor kraag, sluiting, voering en voldoende ruimte bij zitten en bewegen.
Het Nederlandse kostuumbesluit beschrijft voor de daarin geregelde juridische toga een lengte tot ongeveer tien centimeter boven de grond. Dat betekent dat de draaghoogte, schoenen en uiteindelijke pasvorm samen moeten worden beoordeeld.
Een andere hak- of zoolhoogte verandert de afstand tussen zoom en vloer.
De toga mag niet onder de voet komen, over de vloer slepen of bij een normale pas hinderlijk opschuiven.
Gebruik de wettelijke omschrijving en het juiste functieprofiel; maak van een juridische toga geen vrij modeontwerp.
Bekijk schouderbalans, kraag, plooival, sluiting en symmetrie zonder de houding te corrigeren.
Controleer of de toga niet overmatig trekt bij rug, schouders, hals of sluiting.
Test spreken, een dossier vasthouden, schrijven, handen vouwen en normale armbewegingen.
Let op zoomvrijheid, plooien, gewicht en de manier waarop de toga terugvalt.
Bef, baret, kappa of stola moeten passen zonder de kraag of balans van de toga te verstoren.
Het meetlint wordt aangesnoerd, waardoor bewegingsruimte ontbreekt.
Meten in een T-shirt terwijl later een colbert onder de toga wordt gedragen.
Schouder- en polspunten worden anders gebruikt dan op de meetstaat.
De zoom wordt bepaald zonder de echte draaghoogte mee te nemen.